ECLI:NL:HR:2026:1231
Hoge Raad
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 26/00061
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie, Beschikking
Inhoudsindicatie
Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv door Duitse advocaat tegen beslag onder cliënt op geschriften (handgeschreven notities en artikelen waar aantekeningen bij zijn gemaakt) n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Duitse autoriteiten. Kon Rb beklag n-o verklaren? Ontvankelijkheid cassatieberoep. Klager heeft zowel klaagschrift a.b.i. art. 5.4.10 jo. 552a Sv als klaagschrift a.b.i. art. 98.4 Sv ingediend. Strekking van beide klaagschriften is dat inbeslaggenomen stukken onder verschoningsrecht van klager vallen. Rb heeft klaagschrift a.b.i. art. 5.4.10 jo. 552a Sv n-o verklaard en klaagschrift a.b.i. art. 98.4 Sv ongegrond verklaard. HR heeft bij beschikking van vandaag (HR:2026:1230, 25/04301 Bv) cassatieberoep tegen beschikking op klaagschrift a.b.i art. 98.4 Sv verworpen, waardoor in die zaak onherroepelijk is beslist dat in klaagschriften bedoelde voorwerpen niet onder verschoningsrecht van klager vallen. Gelet daarop kan in deze procedure n.a.v. klaagschrift a.b.i. art. 5.4.10 jo. 552a Sv geen andere beslissing meer volgen t.a.v. deze voorwerpen. Dit brengt mee dat klager geen belang meer heeft bij beklag en daarom n-o moet worden verklaard in cassatieberoep. Klager n-o. Samenhang met 25/04301 Bv en 26/00065 Br en met 25/04319 Bv, 25/04320 Bv, 26/00059 Bv, 26/00062 Bv en 26/00065 Bv (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o). Vervolg op HR:2024:562.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.