ECLI:NL:HR:2026:1176
Hoge Raad
- Uitspraak
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- 22/04549
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Medeplegen uitvoer van harddrugs, meermalen gepleegd (art. 2.A Opiumwet), medeplegen handel in harddrugs, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet), medeplegen uitvoer van softdrugs, meermalen gepleegd (art. 3.A Opiumwet), deelneming aan criminele drugsorganisatie (art. 11b Opiumwet), medeplegen aanwezig hebben van heroïne en cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.C Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen t.a.v. harddrugs, meermalen gepleegd (art. 10a Opiumwet) en medeplegen aanwezig hebben van hasj (art. 3.C Opiumwet). 1. Is beslissing van hof in openbaar uitgesproken, nu uitspraak p-v ontbreekt? Art. 362.1 Sv. 2. Verjaring van aanwezig hebben van hasj, absolute verjaringstermijn (art. 70.1.2 en 72.2 Sr). Ad 1. Uit stukken blijkt niet dat beslissing van hof overeenkomstig art. 362.1 Sv in openbaar is uitgesproken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat dit niet is gebeurd. HR zal doen wat hof had moeten doen en zelf beslissing van hof op openbare tz. uitspreken. Ad 2. HR ambtshalve: O.g.v. wat is vermeld in CAG is HR van oordeel dat feit is verjaard. HR zal wat betreft dit feit het OM n-o verklaren in vervolging. Voor verminderen van duur van opgelegde gevangenisstraf bestaat onvoldoende grond, omdat aard en ernst van wat overigens ten laste van verdachte is bewezenverklaard niet worden aangetast door deze gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring. Volgt (partiële) vernietiging en n-o verklaring OM t.a.v. medeplegen aanwezig hebben van hasj. Samenhang met 22/04578, 22/04598, 22/04601 en 22/04640 en met 22/04661 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.