Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2026:1142

Hoge Raad

Uitspraak
7 juli 2026
Zaaknummer
23/04981
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie

Inhoudsindicatie

Uitreizigster naar strijdgebied in Syrië. Medeplegen deelneming aan terroristische organisatie, art. 140a.1 Sr. Bewijsklacht deelneming. Kon hof oordelen dat verdachte heeft ‘deelgenomen’ aan organisatie a.b.i. art. 140a Sr ? Voor ‘deelneming’ aan organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr is vereist dat (i) betrokkene behoort tot samenwerkingsverband, (ii) waarbinnen gedragingen plaatsvinden die strekken tot of rechtstreeks verband houden met verwezenlijking van het in die artikelen bedoelde oogmerk, en (iii) betrokkene een aandeel heeft in deze gedragingen, dan wel deze gedragingen ondersteunt. Van ‘ondersteunen’ is sprake als betrokkene met zijn handelen die onder (ii) bedoelde gedragingen bevordert of makkelijker maakt. Dit handelen van betrokkene moet niet in te ver verwijderd verband staan tot verwezenlijking van bedoeld oogmerk. Of daarvan sprake is vergt beoordeling van concreet geval. Hof heeft vastgesteld dat verdachte als aanhanger van jihadistische ideologie en voorstander van gewapende strijd in Syrië met haar latere echtgenoot naar Syrië is gereisd “om jihad bij te staan”. Verdachte wist dat daar toen gewapende strijd plaatsvond en zag het als plicht van iedere moslim om te strijden voor islamitische staat. Verdachte en haar echtgenoot hebben zich in Syrië onder gezag van terroristische organisaties gesteld. Echtgenoot was werkzaam voor deze terroristische organisaties, onder meer als lid van politie en religieuze politie van 1 van de terroristische organisaties. Verdachte en echtgenoot vormden gezamenlijk huishouden, waarbij zij in verschillende gebieden in Syrië hebben gewoond. Zij hebben loon ontvangen van terroristische organisatie en woonden in een door die organisatie toegewezen huis. Zij hadden vuurwapen in huis dat echtgenoot gebruikte voor zijn werk voor organisatie. Ook verdachte kon over dat vuurwapen beschikken. Verdachte heeft vanuit Syrië, terwijl zij wist van terroristische misdrijven die daar door organisatie werden gepleegd, aan haar familieleden bericht dat zij en haar man onderdeel zijn van organisatie. Zij heeft jihadistische ideologie van die terroristische organisaties actief uitgedragen en familieleden en vriendinnen aangespoord om ook naar Syrië te komen. O.g.v. dit alles heeft hof geoordeeld dat verdachte heeft ‘deelgenomen’ aan organisatie a.b.i. art. 140a Sr. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 24/04604 en 25/00879.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.