ECLI:NL:HR:2026:1116
Hoge Raad
- Uitspraak
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/02045
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Herziening
Inhoudsindicatie
Herziening ten nadele door OM. Vrijspraak t.z.v. moord op vrouw in 2006 in Alphen aan den Rijn, die op 13-3-2012 onherroepelijk is geworden. Aangevoerd wordt dat verdachte zou zijn veroordeeld voor opzettelijk begaan misdrijf dat dood van vrouw ten gevolge heeft gehad als rechter bekend zou zijn geweest met resultaten van DNA-onderzoek, die zijn verkregen d.m.v. nieuwe onderzoekstechnieken, art. 482a.1.a Sv. Ontvankelijkheid herzieningsaanvraag, herziening ten nadele met “terugwerkende kracht” en art. 68 Sr (ne bis in idem). Is toepassing van Wet herziening ten nadele, die op 1-10-2013 in werking is getreden, op vrijspraak die al vóór die datum onherroepelijk is geworden, verenigbaar is met art. 6 en 7 EVRM? HR wijdt overwegingen aan vraag of naar Nederlands recht (in het bijzonder gelet op art. 68 Sr) regeling van herziening ten nadele kan worden toegepast op rechterlijke uitspraken a.b.i. art. 482a Sv die onherroepelijk zijn geworden voordat die regeling in werking trad. Daarnaast gaat HR in op vraag of toepassing van de op 1-10-2013 in werking getreden regels over herziening ten nadele op voor die datum onherroepelijk geworden einduitspraken houdende vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging verenigbaar is met EVRM. HR betrekt daarbij art. 68 Sr, art. 6 EVRM, art. 7 EVRM, art. 4 Zevende Protocol bij EVRM en overige punten van aandacht. EHRM heeft nog niet geoordeeld over vraag of art. 6 en/of 7 EVRM toelaten (en zo ja, onder welke voorwaarden) dat regeling die herziening ten nadele mogelijk maakt (zoals Wet herziening ten nadele) wordt toegepast in geval waarin uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd al onherroepelijk was geworden voordat regeling in werking trad. Antwoord op die principiële vraag is van groot belang voor uitkomst van deze zaak. O.g.v. art. 1 Zestiende Protocol bij EVRM verzoekt HR daarom EHRM advies uit te brengen over deze (principiële) vraag inzake uitlegging of toepassing van art. 6 en 7 EVRM. HR houdt iedere verdere beslissing aan totdat EHRM “advisory opinion” zal hebben gegeven. Vervolg op HR:2012:BU6250 (strafzaak).
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.