ECLI:NL:HR:2026:11
Hoge Raad
- Uitspraak
- 6 januari 2026
- Zaaknummer
- 24/00765
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Inhoudsindicatie
Faillissementsfraude. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon (reisbureau) schuldeisers te bevoordelen (art. 343.3 (oud) Sr), gelden aan boedel te onttrekken (art. 343.1 (oud) Sr) en niet te voldoen aan zijn administratieplicht (art. 343.4 (oud) Sr). 1. Bewijsklacht bestuurder. Kon verdachte in bewezenverklaarde periode als bestuurder worden aangemerkt? 2. Bewijsklacht “ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers van rechtspersoon” en opzet. Kon hof oordelen dat verdachte heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers, nu uit ‘s hofs vaststellingen blijkt dat hij heeft getracht faillissement van reisbureau te voorkomen of er om andere redenen vanuit ging dat faillissement niet zou intreden? 3. Bewijsklacht niet voldoen aan zijn administratieplicht. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte zelf geen volledige administratie van reisbureau heeft overgelegd dan wel deze gedraging heeft medegepleegd? 4. Bewijsklacht niet voldoen aan zijn administratieplicht. Is deel van bewezenverklaring t.a.v. niet overleggen van volledige administratie van reisbureau strijdig met ‘s hofs vaststelling dat ontoereikende administratie is gevoerd? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00750.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.