ECLI:NL:HR:2026:1030
Hoge Raad
- Uitspraak
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/03929
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Poging tot medeplegen wederrechtelijk verblijven op een in haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen (art. 138aa.1 en 138aa.3 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht poging, begin van uitvoering a.b.i. art. 45.1 Sr. Kan uit bewijsvoering begin van uitvoering van wederrechtelijk verblijven op een in haven gelegen besloten plaats worden afgeleid? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:388 en HR:2023:479 m.b.t. vereisten voor strafbare poging. Art. 138aa.1 Sr stelt strafbaar wederrechtelijk verblijf op een in haven, luchthaven of spoorwegemplacement gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen. Op die gedraging is gevangenisstraf gesteld van ten hoogste 1 jaar of geldboete van derde categorie. Mede uit totstandkomingsgeschiedenis van art. 138aa Sr kan worden afgeleid dat art. 138aa.2 Sr als strafverzwarende omstandigheid moet worden aangemerkt die inhoudt dat degene die wederrechtelijk verblijft op besloten plaats (a.b.i. art. 138aa.1 Sr) zich toegang tot die plaats heeft verschaft d.m.v. (één of meer van) de in art. 138aa.2 Sr bedoelde middelen. Art. 138aa.3 Sr noemt 2 omstandigheden waaronder de in art.138aa.1 en art. 138aa.2 Sr bedreigde straf (verder) wordt verzwaard. Art. 138aa.2 (oud) Sr en huidig art. 138aa.2 Sr bevatten dus niet afzonderlijke strafbepaling. V.zv. middel veronderstelt dat hof verdachte heeft veroordeeld voor poging om (met anderen) het in art. 138aa.1 Sr genoemde misdrijf te plegen onder de in art. 138aa.2 Sr genoemde strafverzwarende omstandigheid, berust het op onjuiste lezing van arrest van hof. Hof heeft kwalificatie van bewezenverklaard feit immers gebaseerd op art. 138aa.1 en 138aa.3.b jo. 45.1 Sr. Hof heeft in zijn bewijsvoering o.m. vastgesteld dat verdachte samen met 3 anderen door taxi is afgezet op Maasvlakte bij besloten terrein van A. In taxi hadden zij uitleg gekregen over “iets verplaatsen”. Nadat 4 mannen waren uitgestapt, zagen douaneambtenaren/buitengewoon opsporingsambtenaren de taxi omdraaien en zagen die ambtenaren 4 mannen in donkere kleding bij hek van terrein van A staan. Zij zagen dat een van die mannen een bivakmuts droeg en dat, na ontdekking en staandehouding door die ambtenaren, een van die mannen zijn telefoon kapot sloeg. Mannen bleken meerdere lagen kleding over elkaar te dragen en hadden betonschaar bij zich, alsmede tas met daarin powerbank, eten, drinken, telefoons en zaklamp. Bij mededaders B en C zijn containerzegels aangetroffen. Bij onderzoek aan telefoon die is aangetroffen bij mededader D, is chatbericht van dag ervoor gevonden, waarin is gesproken over ontmoeting buiten, zich in zwart kleden en zich bij aanhouding op zwijgrecht beroepen. In ander chatbericht vroeg D aan onbekende persoon of hij wilde weten hoe men gevraagd wordt om “uit te halen”. Tegenover politie heeft mededader B verklaard: “We moesten onze telefoon uit doen”. Telefoon van verdachte, die bij zijn aanhouding in beslag werd genomen, stond in vliegtuigstand. Op deze vaststellingen heeft hof zijn oordeel gebaseerd dat gedragingen van verdachte en mededaders naar hun uiterlijke verschijningsvorm waren gericht op gezamenlijk betreden van en vervolgens verblijven op terrein van A, en dat dat delict slechts niet is voltooid omdat dit nog net op tijd door douaneambtenaren werd verijdeld. Daarin besloten liggend oordeel dat gedragingen van verdachte en mededaders moeten worden aangemerkt als begin van uitvoering van dit voorgenomen misdrijf en strafbare poging opleveren, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en het is toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit ’s hofs bewijsvoering kan worden afgeleid dat vastgestelde gedragingen van verdachte en mededaders in tijd en plaats dicht lagen bij en concreet gericht waren op wederrechtelijk verblijf op een in haven gelegen besloten plaats. Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.