Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2026:1014

Hoge Raad

Uitspraak
30 juni 2026
Zaaknummer
24/02592
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie

Inhoudsindicatie

Mishandeling van zijn moeder met zwaar lichamelijk letsel ten gevolg door haar tegen borst en/of buik te duwen waardoor zij ten val is gekomen, art. 300.2 jo. 304.1.1 Sr. Noodweer, proportionaliteitseis (art. 41.1 Sr). Staat forse duw met 2 handen tegen borst en/of buik in redelijke verhouding tot aanraken of slaan van verdachte op zijn wang en krabben op zijn arm? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:456 m.b.t. proportionaliteitseis bij noodweer. Hof heeft geoordeeld dat weliswaar sprake was van ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van verdachte door aangeefster, maar heeft beroep op noodweer verworpen omdat door verdachte gegeven “forse duw met 2 handen” tegen borststreek en/of buik van aangeefster in onredelijke verhouding staat tot ernst van die aanranding. Dat oordeel is, in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld en in aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat sprake was van noodweersituatie omdat aangeefster de verdachte op zijn wang heeft aangeraakt of geslagen en hem op zijn arm heeft gekrabd, en namens verdachte was aangevoerd dat hij langs aangeefster moest om uitgang te bereiken, niet zonder meer begrijpelijk. Dat aangeefster door duw is gevallen met het door hof vastgestelde letsel tot gevolg, maakt dat niet anders. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.