ECLI:NL:HR:2026:1009
Hoge Raad
- Uitspraak
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/01449
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Medeplichtigheid aan hennepteelt in de door hem gehuurde woning (art. 3.B Opiumwet) en medeplichtigheid aan diefstal d.m.v. verbreking van elektriciteit en water t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.5 Sr) door woning voor hennepteelt aan onbekend gebleven personen ter beschikking te stellen. Bewijsklacht opzet op grondfeit. Kunnen opzet op medeplichtigheid aan diefstal van elektriciteiten en opzet op medeplichtigheid aan diefstal van water uit bewijsvoering worden afgeleid? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2001:AD4372 m.b.t. dubbel opzet bij medeplichtigheid. ’s Hofs bewijsvoering biedt onvoldoende grond voor zijn oordeel dat verdachte opzettelijk gelegenheid heeft verschaft tot wegnemen van elektriciteit en van water door pand ter beschikking te stellen voor hennepteelt. Daaruit volgt immers niet dat verdachte zich ervan bewust was dat door hem ontvangen vergoeding van € 1.000 per maand, niet toereikend was om (naast voldoening van huurkosten voor woning van € 700 per maand) voor kweken van aanwezige hoeveelheid hennepplanten extra benodigde elektriciteit en water op legale wijze te kunnen afnemen. Daarnaast heeft hof geen andere vaststellingen gedaan waaruit opzet van verdachte (al dan niet in voorwaardelijke vorm) op het buiten de meter om afnemen van elektriciteit en water voor hennepteelt blijkt. Dat hof heeft overwogen dat het een algemeen bekend gegeven is dat henneptelers voor hun kwekerijen (vaak) illegaal stroom en water afnemen en dat daartoe in woning aanwezige aansluitingen worden gemanipuleerd, kan ‘s hofs oordeel niet zelfstandig dragen. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.