Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2026:1005

Hoge Raad

Uitspraak
30 juni 2026
Zaaknummer
24/04699
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie

Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Mishandeling van eigen kind door moeder door hem klap in nek te geven en te dreigen hem van balkon te gooien, art. 300.1 jo. 304.1.1 Sr. Vrijspraak van aantal andere als mishandeling tlgd. gedragingen zoals onder dwang geruime tijd op krukje zetten, het geruime tijd alleen in auto achterlaten en het kleinerend en denigrerend toespreken. Valt psychische mishandeling onder reikwijdte van mishandeling a.b.i. art. 300.4 Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2014:2677 m.b.t. doel en reikwijdte van art. 300 Sr. Onder ‘mishandeling’ a.b.i. art. 300 Sr moet worden verstaan opzettelijk aan ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, opzettelijk benadelen van gezondheid en (onder omstandigheden) bij ander teweegbrengen van min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan lichaam, een en ander zonder dat daarvoor rechtvaardigingsgrond bestaat. Niet is uitgesloten dat zo’n min of meer hevige onlust (die gevolg is van een op lichaam van slachtoffer inwerkende gedraging) bestaat in psychisch leed (vgl. HR:2025:774). Voor bewezenverklaring van een op art. 300 Sr toegesneden tll. is vereist dat betreffende gedraging inwerkt op lichaam van slachtoffer. Gedragingen die uitsluitend (zonder inwerking op lichaam van slachtoffer) psychisch leed tot gevolg hebben, vallen niet onder het in art. 300 Sr bedoelde begrip ‘mishandeling’ (vgl. HR:2013:BX9407). Ook is geen sprake van mishandeling a.b.i. art. 300 Sr als niet op lichaam inwerkende gedragingen psychisch leed hebben veroorzaakt dat vervolgens heeft geleid tot nadelige lichamelijke gevolgen, zoals buikpijn of braakverschijnselen door stress. Dit betekent ook dat onder ‘benadeling van de gezondheid’ a.b.i. art. 300.4 Sr, niet enkele benadeling van geestelijke gezondheid valt. Er is echter geen grond om art. 300 Sr ruimer uit te leggen. Daarbij is van belang dat ‘psychische mishandeling’ geen duidelijk afgebakende betekenis heeft en uiteenlopende gedragingen kan omvatten die in enige mate of vorm psychisch leed bij ander tot gevolg hebben. Dergelijke gedragingen kunnen onder omstandigheden naar geldend recht binnen bereik van aantal andere strafbepalingen (art. 284, 285 en 285b Sr) worden gebracht. Gelet op rechtspolitieke keuzes die in geval van eventuele uitbreiding van strafbaarstelling van mishandeling gemaakt moeten worden, ligt het op de weg van wetgever om betreffende afwegingen te maken. Hof is afgeweken van het door OM ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat betreffende gedragingen ‘psychische mishandeling’ opleveren en onder reikwijdte van art. 300.4 Sr vallen. Omdat hof niet meer heeft overwogen dan dat er onvoldoende bewijs is dat betreffende gedragingen “(v.zv. bewezen) strafbare mishandeling opleveren, in die zin dat bij slachtoffer als gevolg daarvan pijn, letsel of hevige onlust veroorzakende gewaarwording is ontstaan of dat slachtoffer als gevolg daarvan in gezondheid is benadeeld”, heeft hof in strijd met art. 359.2 (tweede volzin) Sv in onvoldoende mate redenen opgegeven die tot afwijking van uos hebben geleid. Dat hoeft echter niet tot cassatie te leiden, nu opvatting dat ‘psychische mishandeling’ zelfstandig strafbaar is als mishandeling a.b.i. art. 300.4 Sr, gelet op wat hiervoor is overwogen geen steun vindt in het recht. Hof had standpunt OM daarom alleen maar kunnen verwerpen. Volgt verwerping. CAG: anders.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.