Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2026:1004

Hoge Raad

Uitspraak
30 juni 2026
Zaaknummer
26/00504
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie in het belang der wet

Inhoudsindicatie

Cassatie in het belang van de wet. Afgewezen vordering tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende maatregel en verzoekschrift ex art. 530.2 jo. 537 Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. Rb (enkelvoudige raadkamer) heeft in beschikking naar aanleiding van afgewezen tul vordering t.a.v. de aan vrijheidsbeperkende maatregel gekoppelde vervangende hechtenis (art. 6:6:20.1.b Sv) vergoeding van kosten voor rechtsbijstand van € 280 toegekend. Bestaat (wettelijke) grondslag voor vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, nu expliciete wettelijke regeling ontbreekt? HR heeft in HR:2013:BX5566 geoordeeld dat en waarom redelijke wetsuitleg meebrengt dat als (i) zaak is geëindigd in sepot, of als (ii) beklag a.b.i. art. 12 Sv niet gegrond is verklaard of (iii) zo’n beklag wel gegrond is verklaard maar zaak vervolgens is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of zonder dat toepassing is gegeven aan art. 9a Sr, het toekennen van vergoeding voor kosten van raadsman o.g.v. art. 591a.2 (oud) Sv (nu art. 530.2 Sv) in geen van deze 3 situaties is uitgesloten, zij het dat rechter daartoe slechts kan besluiten als en v.zv. naar zijn oordeel, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toekenning van vergoeding voor kosten van raadsman. Hiervoor onder (i) tot en met (iii) bedoelde situaties kenmerken zich hierdoor dat betreffende strafzaak niet is geëindigd met niet-veroordelende einduitspraak a.b.i. art. 348 en 350 Sv maar toch aannemelijk is dat geen aansprakelijkstelling door strafrechter zal volgen. Voor die situaties achtte HR het redelijk toepasselijkheid van art. 591a.2 (oud) Sv (nu art. 530.2 Sv) niet uit te sluiten. In dit geval gaat het om verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand i.v.m. het opstellen en indienen van verzoekschrift in procedure over vordering OvJ a.b.i. art. 6:6:20.1.b jo. 6:6:20.2 Sv tot tul van vervangende hechtenis o.g.v. verdenking van overtreding van een in strafzaak onherroepelijk opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel. RC heeft deze vordering afgewezen en invrijheidstelling van betrokkene bevolen maar betrokkene is onherroepelijk veroordeeld voor feit waarvoor vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd. Het gaat hier daarom niet om situatie als hiervoor bedoeld. Art. 529.5 jo. 530.4 Sv voorziet in specifieke regeling met het oog op enkele bijzondere procedures waarin kosten voor rechtsbijstand wel voor vergoeding in aanmerking komen, zoals behandeling van vorderingen i.h.k.v. tul van TBS. Deze bijzondere procedures zijn, net als procedure in deze zaak en anders dan hiervoor bedoelde situaties, niet steeds gekoppeld aan strafzaak tegen betrokkene waarin zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid is of wordt vastgesteld. Procedure in deze zaak is echter niet in die specifieke regeling opgenomen. Het gaat rechtsvormende taak van HR te buiten deze regeling desondanks van overeenkomstige toepassing te achten op procedure die in deze zaak aan de orde is. Het eventueel voorzien in toepasselijkheid van deze regeling ligt op de weg van wetgever. Rb heeft geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat kosten voor rechtsbijstand niet o.g.v. art. 530 Sv kunnen worden gecompenseerd en dat er gronden van billijkheid zijn om aan betrokkene ook vergoeding toe te kennen voor kosten voor het opstellen en indienen van het o.g.v. art. 537 Sv ingediende verzoekschrift. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is dat oordeel onjuist. Volgt partiële vernietiging in het belang van de wet.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.