Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2026:1003

Hoge Raad

Uitspraak
30 juni 2026
Zaaknummer
26/00090
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie in het belang der wet

Inhoudsindicatie

Cassatie in het belang van de wet. Voorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd in jeugdzaak, dadelijke uitvoerbaarheid van voorwaarden. Kunnen aan voorwaardelijke PIJ-maatregel verbonden voorwaarden en toezicht op naleving van bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden bevolen? Rechter kan in gevallen omschreven in art. 77s Sr PIJ-maatregel opleggen en daarbij o.g.v. art. 77x.2 Sr bepalen dat deze maatregel niet zal worden tenuitvoergelegd en daarbij bijzondere voorwaarden a.b.i. art. 77z.2 St stellen. Als rechter zo’n voorwaardelijke PIJ-maatregel oplegt, stelt hij daarbij o.g.v. art. 77y.1 Sr proeftijd vast van ten hoogste 2 jaren. Art. 77za Sr houdt in dat rechter bij zijn uitspraak kan bevelen dat o.g.v. art. 77z Sr gestelde voorwaarden en o.g.v. art. 77aa Sr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn als er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde wederom misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor onaantastbaarheid van lichaam van een of meer personen. Als rechter bevel a.b.i. art. 77za Sr geeft, gaat o.g.v. art. 77y.2.c Sr proeftijd in op dag van einduitspraak. Tegen deze achtergrond getuigt oordeel van Rb dat m.b.t. voorwaardelijke PIJ-maatregel dadelijke uitvoerbaarheid kon worden bevolen van gestelde voorwaarden en van toezicht op naleving van bijzondere voorwaarden, niet van onjuiste rechtsopvatting. Daarbij is van belang dat totstandkomingsgeschiedenis van hiervoor genoemde bepalingen zich niet verzet tegen dit oordeel van Rb zoals dat voortvloeit uit toepasselijke wettelijke bepalingen (art. 77s, 77x, 77y, 77z, 77za en 77aa Sr en art. 6:2:22, 6:3:15, 6:6:6, 6:6:10a, 6:6:20, 6:6:21, 6:6:31 en 6:6:32 Sv). HR merkt nog op dat art. 6:6:32.6 Sv voorziet in bevoegdheid van rechter die voorwaarden heeft gesteld i.v.m. voorwaardelijke PIJ-maatregel, om alsnog tul van maatregel te bevelen in gevallen die in deze bepaling worden genoemd. Deze bepaling of enige andere wettelijke bepaling voorziet niet in mogelijkheid om zo’n beslissing te nemen zolang uitspraak waarbij voorwaardelijke PIJ-maatregel is opgelegd, nog niet onherroepelijk is, en ook niet in mogelijkheid om in dat stadium toepassing te geven aan art. 6:6:10a Sv, 6:6:20 Sv of 6:6:21 Sv (vgl. HR:2024:1729). Volgt verwerping.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.