Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2025:1619

Hoge Raad

Uitspraak
11 november 2025
Zaaknummer
24/02936
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie

Inhoudsindicatie

Doodslag door als vrachtwagenchauffeur in 2021 in Rotterdam motoragent te overrijden, art. 287 Sr. Vordering benadeelde partij t.a.v. vergoeding van affectieschade. Kan b.p. (die LAT-relatie met slachtoffer had) worden aangemerkt als ‘naaste’ a.b.i. art. 6:108.4.g BW? Uit wetsgeschiedenis bij art. 6:107 en 6:108 BW blijkt dat wetgever tot uitgangspunt heeft genomen dat kring van personen die recht hebben op vergoeding van affectieschade, beperkt is tot personen die geacht mogen worden zeer nauwe band met slachtoffer te hebben. Ruimere kring van gerechtigden zou volgens wetgever beheersbaarheid van regeling sterk doen afnemen en onvoldoende zekerheid bieden dat vergoeding alleen wordt betaald in gevallen waarin daadwerkelijk sprake is van ernstig verlies. Tot die kring behoren o.a. echtgenoot of geregistreerd partner (art. 6:107.2.a en 6:108.4.a BW) en levensgezel v.zv. die met slachtoffer duurzaam gemeenschappelijke huishouding voerde t.t.v. gebeurtenis die schade veroorzaakte (art. 6:107.2.b en 6:108.4 b BW). Het ‘duurzaam’ voeren van ‘gemeenschappelijke huishouding’ is daarbij als vereiste gesteld om te verzekeren dat tussen slachtoffer en gerechtigde voldoende nauwe band bestond in hiervoor bedoelde zin. Daarbij gaat het er volgens wetgever om dat relatie tussen slachtoffer en zijn levensgezel zodanig duurzaam karakter heeft, dat kan worden gezegd dat gevolgen van gebeurtenis voor deze naaste zo ernstig verlies betekenen dat vergoeding van affectieschade op haar plaats is. Tot kring van personen die recht hebben op vergoeding van affectieschade behoort volgens art. 6:107.2.g en 6:108.4.g BW ook ‘andere persoon’ die in zodanig nauwe persoonlijke relatie tot slachtoffer staat, dat uit eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat ook hij wordt aangemerkt als naaste die recht heeft op vergoeding van affectieschade. Bij die ‘andere persoon’ gaat het om naaste, die niet al in die bepalingen onder a tot en met f is genoemd. Om o.g.v. deze (in wetsgeschiedenis als ‘hardheidsclausule’ aangeduide) bepaling als rechthebbende te worden aangemerkt, moet door die naaste hechte affectieve relatie worden aangetoond, waarbij als relevante factoren zijn genoemd intensiteit, aard en duur van relatie. Als voorbeeld is naar voren gebracht dat ‘langdurige, hechte LAT-relatie’ zo’n nauwe persoonlijke betrekking kan zijn. Hof heeft vastgesteld dat b.p. niet als levensgezel a.b.i. art. 6:108.4.b BW kan worden beschouwd, omdat zij niet duurzaam met slachtoffer een gemeenschappelijke huishouding voerde, maar dat zij wel in ‘LAT-relatie’ stond met hem. ’s Hofs oordeel dat zij ‘daarmee’ in voldoende mate heeft aangetoond dat haar relatie zodanig was, dat zij als ‘naaste’ a.b.i. art. 6:108.4.g BW kan worden aangemerkt, is niet toereikend gemotiveerd. ‘Verzoek tot Schadevergoeding’ houdt weliswaar in dat sprake was van ‘hechte en duurzame’ LAT-relatie, maar daaraan ten grondslag gelegde stellingen zijn door verdediging betwist onder verwijzing naar ontbreken van stukken waaruit dit blijkt. Hof had aan de hand van onderbouwing van stellingen over en weer moeten beoordelen of f&o die tot toewijzing van vordering kunnen leiden (i.h.b. onderbouwing door b.p. van in wetsgeschiedenis bedoelde duur en hechtheid van relatie) in voldoende mate zijn komen vast te staan. Dat brengt mee dat ook oplegging van schadevergoedingsmaatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR:2019:901). In omstandigheid dat hof (in overeenstemming met HR:2022:958) bij bepaling van hoogte van vergoeding van schokschade rekening heeft gehouden met hoogte van vergoeding van affectieschade, ziet HR aanleiding om zaak ook terug te wijzen t.a.v. beslissing over vergoeding van schokschade. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. beslissing op vordering b.p. (m.b.t. affectieschade en schokschade) en oplegging schadevergoedingsmaatregel. CAG: anders.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.