ECLI:NL:GHSHE:2026:1168
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Uitspraak
- 6 mei 2026
- Zaaknummer
- 20-000246-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Op grond van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat de ANØM-data betreffende de verdachte door Nederlandse opsporingsambtenaren zijn verwerkt en geanalyseerd zonder dat daaraan een rechterlijke toetsing vooraf was gegaan. Voor de verwerking en analyse van deze ANØM-data was aldus geen rechterlijke machtiging verstrekt. Het hof is van oordeel dat een dergelijke machtiging, gelet op het hiervoor weergegeven juridische kader, wel vereist was. Het hof stelt vast dat het geschonden voorschrift, de verplichting betreft om onderzoek aan elektronische gegevensdrager(s) en/of geautomatiseerde werk(en) dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n) met zich brengt, voorafgaand door een rechter(-commissaris) te laten toetsen. Op grond van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat de verdachte en zijn medeverdachten de cryptocommunicatiedienst ANØM doelbewust hebben gebruikt om buiten het zich van de autoriteiten (uitgebreid) te kunnen communiceren over het plannen, beramen en plegen van ernstige, drugsgerelateerde feiten. Uit de ANØM-berichten in het dossier leidt het hof af dat de verdachte en zijn medeverdachten de ANØM-berichtendienst nagenoeg uitsluitend gebruikten voor de communicatie over drugsgerelateerde activiteiten. Ten aanzien van de ernst van het in de onderhavige zaak begane vormverzuim merkt het hof allereerst op dat ten tijde van het onderzoek aan de ANØM-data, het hiervoor genoemde arrest van het HvJ EU (Landeck) nog niet was gewezen. Verder stelt het hof vast dat de politie bij de verwerking en analyse van de ANØM-data zorgvuldig te werk is gegaan. Door het gebruik van specifieke zoektermen betreffende ANØM-gebruikers uit lopende strafrechtelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden of die naar hun aard wijzen op ernstige criminele activiteiten in georganiseerd verband, is getracht zo veel als mogelijk recht te doen aan de (privacy)rechten van de betrokkenen en eventuele inbreuken op die rechten zo beperkt mogelijk te houden. Het hof is van oordeel dat het gebruik van de ANØM-data betreffende de verdachte voor het bewijs in de onderhavige zaak in overeenstemming is met het recht van de verdachte op een eerlijk proces, als vastgelegd in artikel 6 van het EVRM. Naar het oordeel van het hof is de strafprocedure tegen de verdachte in de onderhavige zaak, in haar geheel bezien, eerlijk geweest.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.