ECLI:NL:GHDHA:2026:887
Gerechtshof Den Haag
- Uitspraak
- 10 april 2026
- Zaaknummer
- 22-003715-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Zware mishandeling met voorbedachte raad (art. 303 Sr) en diefstal van twee horloges (art. 310 Sr). Zwaardere kwalificatie en hogere straf dan in eerste aanleg. Bewijsoverwegingen over causaal verband tussen slaan in het gezicht door de verdachte en hersenletsel bij het slachtoffer. Redelijke toerekening. ‘Vol opzet’ op toebrengen zwaar lichamelijk letsel en voorbedachte raad. Strafvermindering vanwege overschrijding redelijke termijn. Gevangenisstraf van 6 jaar. Uitvoerige bespreking van vorderingen benadeelde partij, met toewijzing daarvan ter zake van onder meer schokschade en affectieschade. Geen verhoging van schadeposten in hoger beroep toegestaan, ook niet in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel. Toewijzing van een bedrag van € 350.000, - aan immateriële schadevergoeding voor slachtoffer. Overwegingen over onevenredige belasting van het strafproces voor wat betreft onderdelen van de vordering. Verwerping verweer verdediging dat vanwege de lange duur van het strafproces de toegewezen bedragen niet vermeerderd dienen te worden met de wettelijke rente.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.