ECLI:NL:GHDHA:2026:512
Gerechtshof Den Haag
- Uitspraak
- 11 maart 2026
- Zaaknummer
- 22-001337-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bloedonderzoek als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Schriftelijke in kennisstelling van het resultaat als voorgeschreven in artikel 17 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer behoort tot de strikte waarborgen waarmee dat onderzoek met het oog op de betrouwbaarheid van de resultaten daarvan is omringd. Ter weerlegging van het op de stelling dat de verdachte de voorgeschreven kennisgeving niet heeft ontvangen gebaseerde verweer dat aan dit voorschrift niet is voldaan, is onvoldoende dat het voorafgaand aan verzending van deze kennisgeving reeds afgesloten proces-verbaal van opsporingsonderzoek de zinsneden bevat “Het resultaat van het bloedonderzoek wordt later toegevoegd bij dit proces-verbaal” en ”De uitslag van het bloedonderzoek wordt later nagezonden”. De omstandigheid dat zich bij de stukken van de zaak een afschrift bevindt van een nadien gedateerde, aan de verdachte geadresseerde en door een opsporingsambtenaar ondertekende brief houdende de uitslag van het bloedonderzoek bewijst niet dat deze brief ook daadwerkelijk is verzonden. Dat wordt ook niet bewezen door of in samenhang met een aanvullend proces-verbaal betreffende gegevens “in het politiesysteem”, nu dit neerkomt op een niet aan de hand van concrete feiten en omstandigheden verifieerbare interpretatie. Aan de omstandigheid dat dit afschrift in het digitale dossier van het hof deel uitmaakt van hetzelfde digitale document als het proces-verbaal komt voor de vraag of het onderhavige voorschrift is nageleefd geen betekenis toe. Vrijspraak.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.