Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:GHARL:2026:4088

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Uitspraak
16 juni 2026
Zaaknummer
21-004723-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat het likken aan de pols en arm van aangeefster in de gegeven context kan worden aangemerkt als een ‘seksuele handeling’ in de zin van artikel 241 van het Wetboek van Strafrecht. De seksuele strekking van de gedraging volgt uit de door verdachte geuite seksueel getinte bewoordingen. Het opzet van verdachte was er ook op gericht dat de desbetreffende seksuele handeling plaatsvond terwijl bij de ander de wil daartoe ontbreekt. Dat de wil ontbrak bij aangeefster blijkt uit de door haar geuite bewoordingen ten tijde van het likken door verdachte en de context waarin de seksuele handeling plaatsvond, te weten gedurende het transport van verdachte en gericht aan een opsporingsambtenaar.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.