ECLI:NL:GHARL:2026:3578
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Uitspraak
- 2 juni 2026
- Zaaknummer
- 21-001621-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor het besturen van een personenauto onder invloed van alcohol en het besturen van een personenauto terwijl zijn rijbewijs kort daarvoor was ingevorderd. Artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof acht de verklaring van verdachte en de onder ede afgelegde verklaring van zijn neef volkomen ongeloofwaardig. Oplegging van een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 3 jaren. Het hof ontzegt verdachte als bijkomende straf de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 239 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De periode waarin het rijbewijs van verdachte ingevorderd is geweest, te weten voor 60 dagen, wordt hierop in mindering gebracht. Het hof beoogt hiermee dat verdachte zijn rijbewijs voor deze strafzaak in beginsel niet opnieuw kwijtraakt.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.