Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:GHARL:2024:3105

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Uitspraak
1 mei 2024
Zaaknummer
21-005790-18
Rechtsgebied
Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Vernietiging van het vonnis waarvan beroep. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afdreiging. Het hof overweegt voorts dat verdachte, gelet op het feit dat verdachte heeft erkend een gokverslaving te hebben en intrinsiek gemotiveerd lijkt om daarvoor behandeling aan te gaan, de kans moet krijgen om zijn leven op orde te brengen. Het hof zal daarmee rekening houden in de strafoplegging in de zaak met parketnummer 21-001039-19 die gelijktijdig met onderhavige zaak is behandeld. In de onderhavige zaak is het hof echter van oordeel dat de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal geëiste voorwaardelijke gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan alle door het hof in ogenschouw genomen aspecten. Het hof is van oordeel dat een onvoorwaardelijke taakstraf recht doet aan de aard en de ernst van de feiten. Alles afwegende acht het hof een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis en met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Tot slot wijst het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf af, nu het hof reeds in de zaak van verdachte met parketnummer 21-000751-18 in plaats van een bevel tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 1 maand, een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 30 dagen heeft bevolen.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.