Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:GHAMS:2026:2289

Gerechtshof Amsterdam

Uitspraak
25 juni 2026
Zaaknummer
23-001431-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Oordeel van het hof: Het staat niet ter discussie dat de verdachte bij aangeefster op 12 november 2023 in haar woning is geweest en dat de verdachte haar heeft gekust en aangeraakt. De verdachte heeft dit ook ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd. Volgens de verdachte heeft dit alles echter plaatsgevonden in een flirterige en lacherige sfeer en met wederzijds instemming. Het hof staat daarom voor de vraag of er sprake is van aanranding. Ter beantwoording van die vraag zal het hof eerst ingaan op de betrouwbaarheid van de verklaring(en) van de aangeefster en vervolgens bezien of er voldoende steunbewijs is. Het hof gaat uit van de verklaring die de aangeefster op 24 november 2023 tegenover de politie heeft afgelegd. De verklaring van de aangeefster is gedetailleerd en feitelijk en maakt op het hof een geloofwaardige indruk. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid daarvan. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de verklaring van aangeefster voor het bewijs kan worden gebruikt. Op grond van artikel 342 lid 2 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. Evenals de rechtbank is het hof op basis van de bewijsmiddelen van oordeel dat er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van aangeefster. Dat (mogelijk) sprake is geweest van schaamte bij aangeefster door een (seksuele) afwijzing, zoals aangevoerd door de verdediging, is naar het oordeel van het hof in het licht van het voorgaande op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Het hof heeft op basis van de wettige bewijsmiddelen ook de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Het tot vrijspraak strekkende verweer wordt dan ook verworpen.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.