ECLI:NL:GHAMS:2026:2287
Gerechtshof Amsterdam
- Uitspraak
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- 23-002378-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bevestiging met dien verstande, de bewijsoverweging is vervangen met: Ten aanzien van feit 1, de mishandeling door de verdachte van zijn levensgezel, heeft de raadsman opnieuw een beroep op noodweer gedaan. Het hof verwerpt dit verweer. Niet is aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederechtelijke aanranding door het slachtoffer waartegen de verdachte zich moest verdedigen. Op basis van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting kan niet worden vastgesteld dat een dergelijke aanval heeft plaatsgevonden. Het hof overweegt hierover nader dat de verdachte wisselend heeft verklaard over de manier waarop het slachtoffer hem zou hebben aangevallen. Zo zou zij hem volgens zijn eerste verklaring (afgelegd in zijn woning direct na het incident) in zijn gezicht hebben gekrabd, terwijl hij later die dag heeft verklaard dat zij hem met iets op zijn hoofd heeft geslagen, mogelijk een stofzuiger. Ten aanzien van de bedreigende e-mails acht het hof van belang dat het gaat om heftige bedreigingen met de dood en met zware mishandeling. De verdachte heeft die bedreigingen bekend. In tegenstelling tot de raadsman acht het hof gelet op de aard en toon van die berichten bewezen dat het slachtoffer in redelijkheid kon vrezen dat de verdachte die bedreigingen ten uitvoer zou kunnen brengen. Dat zij dit ook daadwerkelijk vreesde, kan worden afgelezen uit de reacties van het slachtoffer op de naar haar gestuurde bedreigende mails.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.