Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:GHAMS:2026:2187

Gerechtshof Amsterdam

Uitspraak
23 juli 2026
Zaaknummer
23-001666-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Terugwijzing door de Hoge Raad. De vraag die voorligt, is of de onderhavige brochure een geschrift is dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen. Van een brochure kan in zijn algemeenheid niet worden gezegd dat deze bewijsbestemming heeft. Deze brochure kan volgens het hof niet worden aangemerkt als een geschrift waaraan in het maatschappelijk verkeer zodanige betekenis pleegt te worden toegekend, dat sprake is van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen in de zin van artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De omstandigheid dat er beleggers zijn die wél vertrouwen (verklaren te) hebben gesteld in deze brochure, en (mede) op basis daarvan met het bedrijf in zee zijn gegaan, brengt op zichzelf de bewijsbestemming als bedoeld in voornoemde zin, niet met zich. Het hof spreekt de verdachte daarom vrij van het medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift. Veroordeling voor de overige twee strafbare feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.